Experimenteren

In deze fase experimenteert de school met de inzet van cultuureducatie binnen hun onderwijs, culturele omgeving en curriculum. De docent verbindt een persoonlijke leervraag aan de ambitie van de school. Op die manier kan het hele kernteam een bijdrage leveren aan het realiseren van de ambitie op het gebied van cultuureducatie.

Experimenteren

Professionalisering speelt een grote rol in de fase experimenteren. De inhoud van de teamtraining en de ervaring van de docent in die training geeft voeding aan een persoonlijke leervraag van de docent. De docent experimenteert in de klas met hoe hij of zij vanuit die leervraag vorm kan gaan geven aan de ambitie van de school. Hij of zij kan daarbij ontdersteund worden door een co-teacher in de klas. Met de gedragsindicatoren als ondersteunende kijkrichting, oefent de docent met het aanspreken van de drie culturele competenties bij de leerling. Bijvoorbeeld door procesgerichte activiteiten te starten of door de drie domeinen bewust in één

activiteit aan bod te laten komen. De docent onderzoekt op deze wijze zijn of haar eigen praktijk. De docent kan vanuit dit onderzoek benoemen hoe de ambitie vorm kan gaan krijgen en wat dat betekent voor de beweging op de lijn van het onderwijs en de lijn van de leerling. De ervaringen van de eerste experimenten kunnen worden besproken in het voortgangsgesprek.

In deze fase zijn betrokken: intermediair, directeur, cultuurcoördinator, trainer, co-teacher en leraar

Wat is er in deze fase zichtbaar ontwikkeld op de lijn van

  • De directie/ het management is op de hoogte en staat achter de gestelde ambitie en draagt deze, samen met het kernteam, uit binnen de organisatie.
  • De directie/ het management ondersteunt en faciliteert waar nodig.

  • Het kernteam, eventueel aangevuld met betrokken docenten en leerlingen, formuleert een definitieve gezamenlijke ambitie voor een specifiek gekozen deel van de school (bepaald niveau, leerjaar of locatie) of (indien gewenst en mogelijk) voor de hele school.
  • Het kernteam, samen met betrokken docenten en leerlingen, geeft aan hoe de gedeelde waarde cultuureducatie vertaald kan worden naar culturele activiteiten in de klas en op school. Waar liggen kansen en aansluitingen?
  • Het kernteam, samen met betrokken docenten en leerlingen, vertaalt de vastgestelde waarde die zij als school toekennen aan cultuureducatie naar wat er (allereerst) nodig is aan plan en middelen om hieraan te werken op de lijn van de docent.
  • Het kernteam, samen met betrokken docenten en leerlingen, formuleert wat daarin de eerste behoefte is in professionalisering van het team in de vorm van een scholingsvraag.

  • De docent benoemd zijn of haar persoonlijke waarde van cultuureducatie en kan deze verhouden tot de benoemde visie van de school.
  • De docent heeft een eerste actuele stand in beeld van de persoonlijke ambities van cultuureducatie van de leerlingen.
  • De docent heeft zicht op de geformuleerde doelen en ambitie in het jaarplan cultuureducatie van de school.
  • De docent formuleert een persoonlijke leerwens om te werken aan de ambitie en doelen van de school. En om in te kunnen spelen op de persoonlijke waarde van cultuureducatie van zijn of haar leerlingen. De persoonlijke leerwens is de stip op de horizon van de docent.
  • De docent kan aangeven wat hij of zij nodig heeft aan competenties en middelen om aan deze leerwens te gaan werken.
  • De docent heeft kennis opgedaan van nieuw aangereikte cultuurdisciplines, cultuurprofessionals, instrumenten en producten die aansluiten bij de fase van experimenteren.
  • De docent kan aan de hand van de experimenteerfase inzicht benoemen en vanuit deze ervaring een ontwikkelwens benoemen.
  • De docent heeft verkend hoe de leerling zich kan verhouden tot culturele activiteiten en hoe hij of zij hierop zicht kan houden.

  • De leerling experimenteert met culturele activiteiten en kan zijn of haar bevindingen bijhouden.
  • De leerling is betrokken in de reflectie op de culturele activiteit.
  • De leerling ervaart meer vrijheid en ruimte in de uitvoering van culturele activiteiten.
  • De leerling geeft door het ervaren van culturele activiteiten zijn of haar ontwikkelwens aan en houdt dit bij.