In deze fase borgt de school cultuureducatie binnen hun onderwijs en curriculum als continu proces. De school is zelfstandig in staat vorm en uitvoering te geven aan ambities op het gebied van cultuureducatie. Cultuureducatie is een vanzelfsprekend onderdeel van het onderwijscurriculum van de school.

1345

De school is zelf in staat het proces van ambitie tot realisatie van cultuureducatie vorm te geven en uit te voeren. Op alle drie de lijnen wordt deze ontwikkeling bijgehouden en geborgd. De school betrekt en onderhoudt zelfstandig het gehele culturele netwerk rondom de school in het vormgeven van haar cultuureducatie. De school is niet primair afhankelijk van begeleiding van externen.

 

Tijdens het hele proces legt de intermediair – vanuit de coachende houding – de verantwoordelijkheid terug en stimuleert eigenaarschap bij alle betrokkenen. Het traject wordt afgesloten met een eindgesprek. De intermediair blijft betrokken bij de verdere ontwikkelingen op de school, bijvoorbeeld op het gebied van kennisdeling.

In deze fase zijn betrokken: intermediair, directeur, cultuurcoördinator en leraar

Wat is er na de fase Borgen zichtbaar ontwikkeld op de lijn van:

  • De directeur en cultuurcoördinator zijn zelf in staat om vanuit vanuit bewustwording en reflectie een volgende stap te beschrijven.
  • De directeur en cultuurcoördinator nemen hierbij merkbare ontwikkelingen die de leerlingen zelf benoemen ook als aanleiding om doelen bij te stellen.
  • Het team voelt zich capabel om uitvoering te geven aan het komende jaarplan en zelf te faciliteren in financiën, materiaal en mensen (intern en extern) op de lange termijn.
  • Het team is klaar voor vakgebied Kunst & Cultuur in het onderwijscurriculum. Cultuureducatie is verankerd in het curriculum van de school.
  • Het team heeft een goede relatie met haar culturele omgeving (culturele instellingen, aanbieders, kunstenaars, trainers, co-teachers) en kan deze inzetten om blijvende bijdrage te leveren aan cultuureducatie op school.

  • De leraar heeft visie op cultuureducatie, onderstreept het belang van cultuureducatie, kent het cultuurplan van de school, weet welke middelen in te zetten en kent de competenties cultuureducatie.
  • De leraar weet hoe hij of zij doorlopend aan cultuureducatie kan werken om de benoemde ambitie op schoolniveau te vertalen naar de leerling.
  • De leraar heeft zicht op de culturele groei van de leerlingen en hoe deze groei zich verhoudt tot de ambitie van de school.
  • De leraar overlegt met de directeur en cultuurcoördinator om verbetering op alle lijnen door te voeren, vanuit zijn of haar zicht op de groei van de leerlingen.

  • De leerling ervaart dat cultuureducatie onderdeel is van het curriculum en ervaart hier continuïteit in.
  • De leerling kan zijn persoonlijke waarde van cultuureducatie benoemen. Ook kan hij of zij aangeven waarnaar de interesse en leervraag binnen cultuureducatie uitgaat in een culturele biografie en in reflectiegesprekken.
  • De leerling kan zijn actuele culturele groei in beeld brengen en benoemen in zijn of haar digitale portfolio Het Cultureel Zelfportret (of andere opzet van een portfolio).
  • De leerling laat (in Het Cultureel Zelfportret) zien en horen op welke manier de ambities van de school behaald zijn en in welke mate.