inlog is alleen mogelijk via desktopversie

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen per onderwerp:

De landelijke regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2017-2020

Vraag 1. Wat houdt de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) in?

Met de deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs Fonds voor Cultuurparticipatie 2017-2020 beoogt het FCP de kwaliteit van cultuureducatie in het primair onderwijs te bevorderen. De regeling maakt deel uit van een gelijknamig breder programma, uitgevoerd door het ministerie van OCW, het FCP en het LKCA.

De regeling is een vervolg op Cultuureducatie met Kwaliteit 2013-2016. Het programma Cultuureducatie met Kwaliteit, jong geleerd waar deze regeling onderdeel van uitmaakt, is opgenomen in het beleidsplan 2017-2020 Cultuur maakt iedereen van het FCP. De regeling Cultuureducatie met Kwaliteit werkt in de tweede periode (2017-2020) aan de volgende kwaliteitsdoelen:

  • implementatie, verdieping en ontwikkeling van het curriculum voor het leergebied kunstzinnige oriëntatie;
  • inhoudelijke deskundigheid versterken van leraren, vakdocenten en educatief medewerkers op het gebied van cultuureducatie;
  • versterken van de relatie van de school met de culturele en sociale omgeving.

Daarbij is het verplicht kennis en opgedane ervaringen te delen.

Meer informatie over de landelijke regeling

Vraag 2. Wie heeft de CmK-aanvraag bij het FCP voor Noord-Brabant ingediend?

Aanvragen voor de landelijke regeling CmK konden worden ingediend door een culturele instelling die door de gemeente of provincie is aangewezen als penvoerder. In Noord-Brabant heeft Kunstbalie namens de provincie, met uitzondering van de B5 (Eindhoven, Tilburg, Breda, ’s-Hertogenbosch en Helmond) de aanvraag bij het FCP ingediend en toegekend gekregen. Kunstbalie heeft hiervoor, in samenwerking met Erfgoed Brabant, een projectplan geschreven voor de periode 2017-2020

Vraag 3. Is de regeling ook bedoeld voor het voortgezet onderwijs?

De landelijke regeling is gericht op de kwaliteitsverbetering in het primair onderwijs. Voor een zeer klein (financieel) deel kan het voortgezet onderwijs daarbij worden betrokken. In Noord-Brabant heeft Kunstbalie de provinciale opdracht ook het voortgezet onderwijs te ondersteunen bij de uitvoering van cultuureducatie.

Deelname aan CmK en De Cultuur Loper in 2017-2020 in Noord-Brabant

Vraag 4. Wat moet ik als Brabantse gemeente ondernemen om mee te kunnen doen aan de regeling

Gemeenten die willen participeren, nemen contact op met Kunstbalie voor inhoudelijke en financiële informatie over deelname aan De Cultuur Loper. Als de gemeente de ambitie heeft om deel te nemen, dan:

  • overlegt men een door Kunstbalie aangereikte, door de gemeente getekende intentieverklaring;
  • is men bereid jaarlijks € 0,50 per inwoner in te leggen om hetzelfde bedrag als matching te kunnen ontvangen;
  • is een lokale intermediair met voldoende uren beschikbaar om de scholen te begeleiden tijdens het De Cultuur Loper-traject;
  • organiseert men een informatiebijeenkomst voor scholen over deelname aan De Cultuur Loper;
  • ondertekent men de Participatie Overeenkomst Cultuureducatie met Kwaliteit 2017-2020 bij concrete belangstelling voor deelname van één of meer scholen.

Vooraf toetst Kunstbalie of het De Cultuur Loper-traject in de gemeente kans van slagen heeft. We toetsen of de gemeente de uitgangspunten van het programma onderschrijft en of er voldoende draagvlak is bij de scholen.

Vraag 5. Wanneer kunnen gemeenten als deelnemer instappen gedurende het traject?

Gemeenten die niet instappen voor de zomervakantie van 2017 kunnen later instappen.
Jaarlijkse instapmomenten worden in overleg en na afstemming met de betrokken partners vastgesteld.

Vraag 6. Hoe kunnen scholen zich aanmelden voor deelname?

Scholen in de deelnemende gemeenten vullen het aanmeldformulier in en geven dit aan de lokale intermediair. De intermediair verstuurt de aanmelding naar Kunstbalie, waarna een inlogcode voor het online platform www.decultuurloper.nl wordt aangemaakt. Deze code wordt via de intermediair aan de scholen beschikbaar gesteld.
Scholen in gemeenten die geen CmK-overeenkomst hebben getekend, zijn uitgesloten van deelname aan De Cultuur Loper.

Vraag 7. Hoeveel scholen binnen een gemeente kunnen een traject volgen?

Dat hangt af van de hoogte van het beschikbare budget voor de intermediaire rol. Er is een profiel opgesteld van de intermediair, waarin een norm voor het benodigd aantal uren per school is bepaald. Zodoende kun je grofweg uitrekenen hoeveel scholen vanuit de CmK-gelden tegelijkertijd kunnen worden meegenomen in het traject. Houd echter rekening met het feit dat het niet toegestaan is om meer dan de helft van de lokale CmK-gelden te besteden aan de intermediaire rol. Het is natuurlijk altijd mogelijk om als gemeente meer budget in te zetten om de intermediair meer uren te geven (bijvoorbeeld via de regeling impuls brede school) buiten de matchingsregeling zelf om.

Vraag 8. Kunnen scholen na aanmelding direct starten met De Cultuur Loper?

Scholen in deelnemende gemeenten kunnen zich doorlopend aanmelden; de start van het De Cultuur Loper-traject bepaalt de school in samenspraak met de intermediair.

Vraag 9. Kan een school in het speciaal onderwijs (bijvoorbeeld REC 4) of met een specifieke didactische aanpak ook meedoen aan De Cultuur Loper?

Alle scholen in de deelnemende gemeenten kunnen in principe deelnemen aan CmK en De Cultuur Loper, dus ook scholen voor SO en SBO. Het De Cultuur Loper-traject gaat uit van de ambities en visie van de individuele school en past daarom alle soorten scholen. Bij specifieke vragen en activiteiten kan externe deskundigheid worden ingezet.

Vraag 10. Hoe geef ik wijzingen door? Hiervan kan sprake zijn bij fusies, verandering van contactpersoon, NAW-gegevens, telefoonnummers, email adressen, etc.

Via dit mutatieformulier zijn de wijzigingen door te geven

Financiën

Vraag 10. Welk bedrag dienen gemeenten te matchen?

Gemeenten ontvangen maximaal € 0,50 per inwoner, op voorwaarde dat zijzelf minimaal dit bedrag inleggen. Daarbovenop kan een gemeente altijd meer inleggen; over dat extra bedrag hoeft de gemeente geen verantwoording aan Kunstbalie af te leggen.

Vraag 11. Gaan de CmK-gelden via Kunstbalie naar de intermediair of naar de gemeente?

De CmK-gelden gaan altijd naar de gemeente als partner met wie Kunstbalie de overeenkomst is aangegaan. De gemeente legt de opdracht om uitvoering te geven aan CmK doorgaans neer bij een instelling, bureau of zzp’er. Deze partij vervult de intermediaire rol en begeleidt/coacht scholen tijdens het De Cultuur Loper-traject op lokaal niveau.

Vraag 12. Hoe kun je als gemeente het lokaal beschikbare budget verdelen?

Het verdelen van het lokaal budget is de verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten. Voorwaarde is dat maximaal 50% mag worden besteed aan de lokale intermediair. Voor het verdelen van de overige 50% over de scholen bestaan allerlei ideeën. Sommige gemeenten verdelen het bedrag naar schoolgrootte, sommigen beheren het budget zelf en verwachten een (aan)vraag van de school als een soort subsidieverzoek.

Wij schrijven voor om maximaal 50% van het lokaal budget te besteden aan de intermediair. Uit ervaring weten we dat scholen experimenteerruimte nodig hebben om ervoor te zorgen dat het De Cultuur Loper-traject tot een goed resultaat leidt. Op het moment dat al het CmK-geld naar de uren voor de intermediair gaat, is die ruimte er niet meer.

De verschillen tussen gemeenten zijn erg groot. Sommige gemeenten hebben extra budgetten waarmee de intermediair kan worden bekostigd en geven het totaal aan lokale CmK-gelden aan de school. Andere hebben slechts de CmK-gelden beschikbaar en moeten daar alles mee doen. We zien dat de takenpakketten van de intermediairs hierdoor verschillen.

Het totale lokale budget dient in elk geval te worden verdeeld over vier domeinen: de drie doelen van de regeling én kennisdeling. Deze vier posten dienen weer te worden onderverdeeld in personele en materiële kosten. Per jaar mag maximaal 25% van het totale lokale bedrag worden overgeheveld naar een volgend jaar.

Vraag 13. Blijft het geld van de scholen bij de scholen? Hoe moeten scholen hun eigen middelen voor cultuur inzetten?

De inzet van de middelen van een school is een eigen keuze. Echter, bij deelname aan CmK moet er een relatie zijn tussen de prestatiebox PO en CmK. Het bedrag per leerling in de prestatiebox PO moet door De Cultuur Loper-scholen daadwerkelijk besteed worden aan cultuureducatie. Dat kan in de vorm van leerlingenactiviteiten en deskundigheidsbevordering voor leerkrachten.

Vraag 14. Hoeveel en hoe ontvangen scholen hun lokale (extra) bijdrage bij deelname aan CmK en De Cultuur Loper?

Welke bijdrage de scholen van hun gemeente ontvangen en hoe dit wordt uitgekeerd is een lokale aangelegenheid en volledig afhankelijk van de wijze waarop gemeenten het lokaal beschikbare geld verdelen. Het is aan de gemeenten om hierover regels vast te stellen. Scholen kunnen bij hun lokale intermediair terecht voor vragen over dit onderwerp.

Vraag 15. Welke middelen zijn er voor cultuuraanbieders beschikbaar vanuit de CmK-gelden?

De deelnemende gemeenten bepalen zelf (indien gewenst) om een deel van het totale lokale CmK-geld te reserveren voor een specifieke opdracht aan een cultuuraanbieder. De school heeft in principe een eigen budget om de aanbieder te betalen als men activiteiten afneemt die aansluiten bij de ambitie van de scholen, aangevuld met een extra bijdrage vanuit de lokale CmK-gelden.

Vraag 16. Is het een school toegestaan vanuit de CmK-gelden een icc’er extra uit te betalen?

De CmK-gelden zijn bedoeld voor activiteiten voor en met leerlingen en deskundigheidsbevordering van het team en niet voor een extra uitbetaling aan icc’ers. Als tegenpresentatie voor het ontvangen van CmK-gelden en de inhoudelijke begeleiding wordt het volgende van de scholen gevraagd:

  • zelf te investeren in kwaliteitsverbetering door voldoende uren beschikbaar te stellen aan de icc’er, team en directie;
  • haar eigen budget in de prestatiebox PO daadwerkelijk aan cultuureducatie te besteden.

De uren die een icc’er besteedt aan de kwaliteitsverbetering op school vallen onder deze tegenprestaties.

Vraag 17. Waarom ontvangen Brabantse gemeenten maar € 0,50 per inwoner terwijl de landelijke regeling € 0,55 per inwoner aan de provincie beschikbaar stelt?

Uit de totaal beschikbare CmK-gelden voor de provincie Noord-Brabant financiert Kunstbalie als penvoerder een aantal activiteiten uit het projectplan waarvoor de landelijke gelden zijn toegekend. In Noord-Brabant betreft dit:

  • de (door)ontwikkeling van De Cultuur Loper als online-instrument met diverse tools die aan scholen beschikbaar worden gesteld;
  • coaching van de lokale intermediairs door Kunstbalie en Erfgoed Brabant;
  • korting van 75% op de aangeboden cursussen en trainingen voor scholen en cultuuraanbieders;
  • de penvoering van CmK: 7% van het totaalbudget voor de coördinatie van de regeling;
  • uitvoering van de verplichte monitoring en evaluatie: minimaal 2% van het totaalbudget,

Het overgebleven deel zou niet toereikend zijn om alle deelnemende gemeenten voldoende budget toe te kunnen zeggen. Door een extra provinciale bijdrage is het budget voor gemeenten door Kunstbalie op € 0,50 per inwoner gesteld. Dit bedrag is op grond van eerdere ervaringen voldoende om zowel de lokale intermediair te bekostigen als de scholen van extra budget voor cultuureducatie te voorzien.

Intermediairs De Cultuur Loper

Vraag 18. Wat is de rol van de gemeente bij het zoeken naar een geschikte intermediair?

Een gemeente die wil participeren in de regeling CmK in de periode 2017-2020 moet ervoor zorgen dat scholen die gaan deelnemen aan De Cultuur Loper de beschikking hebben over een intermediair met voldoende uren (zie profiel). Het merendeel van de huidige intermediairs werkt bij een kunstencentrum of bibliotheek. De gemeente gaat in gesprek met de aanwezige culturele instelling(en) en kiest vervolgens een geschikte partner. De instelling neemt de opdracht aan en benoemt een intermediair. Invulling kan ook geschieden door het uitschrijven van een vacature of het benaderen van een
een commerciële partij (bureau of zzp’er). Voor kleinere gemeenten is het slim te kijken of het mogelijk is te gaan samenwerken met een intermediair van een naburige gemeente. Bekijk het profiel van de intermediair.

Vraag 19. Kun je als gemeente ook kiezen voor meer intermediairs? 

Dat kan maar is, zeker in een kleine gemeente, niet erg efficiënt. Intermediairs krijgen scholing, wonen centrale en regionale bijeenkomsten bij; die uren gaan dan minimaal dubbel tellen.

Vraag 20. Hoeveel scholen kan een intermediair begeleiden? 

Dat hangt af van de hoogte van het beschikbare budget voor de intermediair. In het profiel van de intermediair staat een norm voor het benodigd aantal uren per school.

Vraag 21. Hoe is de rolverdeling tussen intermediair en gemeente? 

Gemeenten nemen het initiatief: zij ontvangen de CmK-gelden en hebben de verantwoordelijkheid voor de correcte besteding van de middelen en voor de aanstelling van de intermediair. De intermediair voert de opdracht van de gemeente uit. In veel gevallen is de intermediair ook betrokken bij het maken van plannen, de verantwoording en het verdelen van het lokaal budget. Echter, hiervoor zijn geen richtlijnen; de gemeente en de intermediair spreken dit zelf onderling af.

Vraag 22. Moet ik als intermediair direct starten met een school die zich heeft ingeschreven?

Scholen in deelnemende gemeenten kunnen zich doorlopend aanmelden; de start van het De Cultuur Loper-traject bepaalt de school in samenspraak met de intermediair. Omdat de intermediairs niet alle scholen tegelijk kunnen bedienen, is het advies dan ook om het getrapt te doen. Je start met de scholen met veel ambitie; daarna kun je in overleg met het onderwijs kijken welke scholen in welk tempo willen volgen. Scholen hoeven dus niet allemaal nu al te bepalen of zij ambitie hebben en gelijktijdig te starten.

Deelname van scholen aan De Cultuur Loper

Vraag 23. Moet je als gemeente afspraken over De Cultuur Loper maken met het onderwijs? 

Gemeenten bepalen zelf of ze formele afspraken maken met deelnemende scholen en wie dat regelt (gemeente of intermediair). Een format met uiteenlopende onderwerpen waarover afspraken vastgelegd kunnen worden, staat op decultuurloper.nl. Kunstbalie adviseert om afspraken schriftelijk vast te leggen zodat scholen weten op welke ondersteuning en middelen men kan rekenen en waartoe men als school verplicht is.

Vraag 24. Is een school verplicht om een gecertificeerde icc’er in te zetten of op te leiden?

De inzet van een gecertificeerde icc’er (of gelijkwaardig equivalent) op de deelnemende school is verplicht. Kunstbalie adviseert icc’ers de landelijke cursus met De Cultuur Loper-module te volgen. Het landelijk certificaat van deze cursus is in het Lerarenregister opgenomen voor vijftig registeruren.

Vraag 25. Hoe wordt voor scholen de verbinding van CmK met de Impuls muziekonderwijs gelegd? 

In principe is er geen verbinding tussen CmK en de Impuls muziekonderwijs. Ze maken beide wel deel uit van het Beleidsprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs van het ministerie van OCW, met als doel de kwaliteit van cultuureducatie door een landelijk samenhangende aanpak te borgen. De Cultuur Loper is de Brabantse uitwerking van CmK, de muziekimpuls is een landelijke regeling die erop is gericht het muziekonderwijs op scholen structureel te verbeteren. De Cultuur Loper richt zich in principe niet op een enkele kunstdiscipline, maar gaat uit van de keuzes van het onderwijs. Als na het De Cultuur Loper-traject blijkt dat een school haar doelen wil bereiken met behulp van de discipline muziek, is deelname aan de Impuls muziekonderwijs logisch. Een school kan aan beide regelingen deelnemen maar dan gelden strikte subsidievoorwaarden.

Deelname van cultuuraanbieders aan De Cultuur Loper

Vraag 26. Hoe kunnen cultuuraanbieders meer te weten komen over De Cultuur Loper?

De website www.decultuurloper.nl geeft uitgebreide informatie over de regeling CmK 2017-2020 en de Brabantse aanpak van de regeling met De Cultuur Loper. Met vragen hierover kan men terecht bij de intermediair die werkzaam is in de regio waar de aanbieder de activiteiten wil uitvoeren. Aanbieders kunnen zich aansluiten bij een lokaal of regionaal netwerkoverleg georganiseerd door de (samenwerkende) intermediairs. Vragen aan Kunstbalie kunnen per mail worden gesteld via info@decultuurloper.nl.

Vraag 27. Waar melden cultuuraanbieders zich als zij (meer) betrokken willen zijn bij De Cultuur Loper?

Cultuuraanbieders met de ambitie om duurzaam met De Cultuur Loper-scholen samen te werken, kunnen zich melden bij de lokale intermediair. In samenspraak wordt bekeken of het aanbod van de cultuuraanbieder aansluit bij de ambities van de scholen. Ook kan de intermediair de aanbieders informatie verstrekken over de werkwijze van De Cultuur Loper.
Voor aanbieders die interesse hebben in specifieke De Cultuur Loper-trainingen heeft Kunstbalie een uitgebreid scholingsaanbod samengesteld. Vragen over scholing kunnen worden besproken met de intermediair.

Verantwoorden

Vraag 28. Hoe dienen gemeenten jaarlijks te verantwoorden? 

Dit staat op hoofdlijnen beschreven in de Participatie Overeenkomst CmK 2017-2020. Er is een digitaal format beschikbaar om jaarlijks te verantwoorden. In het voorjaar 2017 komt het FCP met een extra richtlijn waarin exact is beschreven hoe er verantwoord moet worden. Eventuele aanpassingen worden in het format opgenomen. Kunstbalie informeert deelnemende gemeenten over de momenten waarop het format wordt opengesteld.
Formeel is de gemeente als ontvanger voor de gelden verantwoordelijk voor het indienen van de jaarlijkse verantwoording. De praktijk wijst uit dat gemeenten hiervoor vaak samenwerken met de intermediair, waarbij de intermediair de inhoudelijke en (meestal ook) de financiële informatie aanreikt.
Kunstbalie organiseert in 2017 een bijeenkomst voor gemeenten en intermediairs over hoe te begroten en verantwoorden.

Vraag 29. Hoe en aan wie moeten scholen hun deelname verantwoorden?

Scholen die zich hebben aangemeld als deelnemer aan De Cultuur Loper verantwoorden jaarlijks vóór 15 maart hun betrokkenheid via een verantwoordingsformulier in de vorm van een directieverklaring. De intermediair stuurt het formulier voor het te verantwoorden jaar naar de scholen en deze sturen het ingevulde formulier terug naar de intermediair. Kunstbalie ontvangt de formulieren van alle deelnemende scholen in een gemeente in één totaalpakket en verwerkt de gegevens in de provinciale verantwoording aan het FCP.
De scholen geven op het formulier aan:

  • dat men het volledige bedrag per leerling in de prestatiebox PO daadwerkelijk heeft besteed aan activiteiten cultuureducatie;
  • hoeveel uur men op jaarbasis aan de deelname heeft besteed (uren van directie, icc’er en team gezamenlijk buiten de reguliere lestijden en lesvoorbereidingen);
  • het totaal aantal leerlingen van de school volgens de laatste teldatum.

Afhankelijk van de werkwijze en afspraken in de gemeente waar de school is gevestigd, kan het voorkomen dat scholen zich tevens dienen te verantwoorden bij de eigen gemeente volgens de daar geldende afspraken.