inlog is alleen mogelijk via desktopversie

‘De leerling in beweging brengen met het Cultureel Zelfportret’

Wie is dit kind, wat kan deze leerling en hoe groeit het kind? In het Cultureel Zelfportret, een digitaal portfolio voor de leerling, is de culturele ontwikkeling van leerlingen te volgen en beoordelen. Het Cultureel Zelfportret is meer dan alleen een verzamelmap. Bij een culturele lesactiviteit kunnen leerlingen bijvoorbeeld met een eigen leervraag en op hun eigen niveau werken: ‘Waar ga ik aan werken en wat wil ik leren?’. Met het Cultureel Zelfportret biedt Kunstbalie een digitaal volginstrument om scholen hierbij te helpen. Centraal hierbij staan de culturele competenties van De Cultuur Loper. Op dit moment loopt een pilot op vijf basisscholen; vanaf oktober 2017 is het instrument voor alle scholen beschikbaar.

In deze video zie je hoe Kindcentrum De Ontdekking in Oosterhout met het Cultureel Zelfportret werkt.

Jillis Verbeek, projectleider Cultureel Zelfportret bij Kunstbalie, deelt zijn visie naar aanleiding van zijn ervaringen op een andere pilotschool: De Bolderik in Heeswijk Dinther.

“De grote waarde van Het Cultureel Zelfportret is dat je binnen een aantal weken heel goed in beeld hebt wat een leerling bezighoudt, interesseert en waar zijn vragen en talenten liggen binnen kunst en cultuur. Je ziet dan nog niet de groei van iedere leerling, maar je hebt wel een krachtige nulmeting aan het begin van het jaar. Van hieruit kun je de leerling de rest van het schooljaar persoonlijk motiveren.

Introductie van het Cultureel Zelfportret

Leerlingen reageren heel erg enthousiast en laten van alles ontstaan in de klassikale tijdlijn van het Cultureel Zelfportret. Ze hebben inventieve toevoegingen om hun eigen tijdlijn persoonlijk te maken. In de introductie worden de leerlingen bewust gemaakt van hun positie binnen kunst en cultuur. Ze schrijven een cultuurbiografie, maken een mindmap (afbeelding) en starten met de leerkracht een gesprek over kunst en cultuur. Belangrijk moment in de introductie is het zelfgemaakt cultureel zelfportret. Dat zelfportret, een tekening, collage, film of schilderij, is een zelfgemaakt beeld van het kind en zijn of haar verhouding met kunst en cultuur (afbeelding). Zo’n gerichte start zorgt ervoor dat de berichten die ze posten, gaan over aspecten binnen kunst en cultuur waar zij affiniteit mee hebben. Bijvoorbeeld schilderijen en muziek. Een van de leerlingen vertelt hierover: “Ik wil de dingen op mijn Cultureel Zelfportret graag laten zien, want het is mijn kunst en dat wil je delen.”

Inspiratiebron voor leerkrachten

Het Cultureel Zelfportret is voor de leerkracht en voor de leerling een grote bron om uit te putten. Zo postten vier jongens uit de groep berichten over architectuur in virtuele games; daar zou je als leerkracht een activiteit mee kunnen opstarten in de klas. Als leerkracht kun je met reacties in het zelfportret leerlingen stimuleren een eerste idee of interesse verder te onderzoeken, hulp te vragen bij een expert (bijvoorbeeld een architect) en met elkaar samen te werken. Ook ontstaan er discussies over wat je wel of niet mag posten, dan stemmen ze op het Cultureel Zelfportret over wat wel of niet kan. Bijvoorbeeld over het veelvuldig posten van mega top 50 liedjes. Leerlingen willen blijkbaar samen afspreken wat je post en hoeveel, zodat er een bepaalde omgang kan ontstaan.

Om de groei van de leerling mogelijk te maken, heb je als school binnen De Cultuur Loper vanuit doelen en ambities een activiteitenprogramma samengesteld. Dit programma komt ook in het Cultureel Zelfportret terug en in de loop van het jaar plaatst de leerkracht het op de tijdlijn van de leerlingen. De leerkracht kan daar dan een startvraag aan toevoegen om de leerlingen aan het denken te zetten, bijvoorbeeld hoe ze hun werk het beste kunnen uitvoeren of waar ze op kunnen letten bij het bezoek van een dansvoorstelling.

Wat maakt het Cultureel Zelfportret een volginstrument?

Het uitwerken van de activiteiten en de persoonlijke berichten zijn de basis voor verdiepend onderzoek richting ‘het ik’ en ‘de wereld’. De leerling kan vanuit een vraag zichzelf en zijn omgeving leren kennen. Zo stelt leerling Naomi zichzelf de vraag: ‘Wat gebeurt en ontstaat er in de natuur, hoe schrijf ik hier een verhaal over en hoe vertel ik dat aan anderen?”. In haar Cultureel Zelfportret gaat ze daar dan mee aan de slag. Daarnaast is de houding van de leerling ook van belang. Daaraan zie je hoe ze omgaan met onderwerpen en vervolgens hun kennis en vaardigheden inzetten: ‘Dit wil ik, zo handel ik, maar waarom denk ik dat dat goed is?’. Dat komt naar voren in de drie competenties die bij De Cultuur Loper horen: het onderzoekend, creërend en reflecterend vermogen. (Een competentie is een samenhangend geheel van kennis, vaardigheden en attitude/houding.) Die houding van de leerling komt aan bod doordat de leerling zichzelf een leervraag stelt.

Een leervraag ontstaat vanuit de ervaring van een vorige culturele activiteit die de leerling heeft meegemaakt. In een speciaal daarvoor ontwikkelde wizard gericht op die ervaring, kunnen leerlingen hun leervraag zelf maken. De leervraag komt dus voort uit de evaluatie van het leerproces en geeft een dynamisch vervolg. Naomi schrijft bijvoorbeeld naar aanleiding van haar leervraag een verhaal over de bijzondere natuur. Vanuit het werkblad ‘Aan de slag met je leervraag’ komt ook het vervolg van het natuurverhaal; Naomi gaat een film maken over de natuur.

Vanuit reflectiegesprekken tussen leerkracht en leerling, die per leerling 1 keer per jaar plaatsvindt, vormt de leerling een persoonlijk leerdoel. Deze gesprekken vormen ook een belangrijk onderdeel van het Cultureel Zelfportret. Leraar en leerling worden begeleid met hulp van werkbladen, culturele doorkijkjes en reflectiekaarten. Een persoonlijk leerdoel kan over een langere tijd ingezet worden en wordt niet zozeer gekoppeld aan een activiteit in het bijzonder. Het leerdoel geeft structuur aan het leren.

De verbinding ‘ik en wereld’ wordt heel actief ingezet in Cultureel Zelfportret en komt ook in beeld vanuit de drie competenties: creativiteit zorgt voor die verbinding. De leerling toetst de culturele omgeving op haar bruikbaarheid bijna alsof hij haar zelf heeft gemaakt. Hij bekijkt haar vanuit het oogpunt van zijn eigen werk of onderzoek. Bewustzijn gedreven door een noodzaak: ‘Ik wil iets, dus ik moet dat werk of die situatie gaan bekijken dat mij op dat moment noodzakelijk lijkt.’ De leerling bezoekt met een groot cultureel bewustzijn een gebouw niet langer als uitje, als toerist of om kennis op te doen als intellectueel, maar juist als onderzoekende, reflecterende en creërende architect. Architecten van virtuele gebouwen, zoals de vier jongens uit deze klas. Bewust worden van datgene wat je doet (cultureel bewustzijn) door het vormen van een mening (richting je kernwaarden) en het vormen van een visie (door middel van je leervragen): dat is cultuureducatie en ook educatie op zich.”

Gepubliceerd op 31 augustus 2017