inlog is alleen mogelijk via desktopversie

Hoe werkt het?

Het Cultureel Zelfportret maakt als digitaal volginstrument zichtbaar: wie is deze leerling, wat kan deze leerling en hoe groeit deze leerling? Maar hoe werkt dat nu precies? Je leest het in onderstaand overzicht:

Flexibel: inzetbaar op elk moment binnen De Cultuur Loper

De Cultuur Loper is een instrument om, afhankelijk van de wensen en ambities van de school, op maat mee aan de slag te gaan. Met De Cultuur Loper kies je je eigen richting en leg je de lat zo hoog als je zelf wilt. Het Cultureel Zelfportret kan juist vanaf stap 1 helpen om op maat te werken en die lat te bepalen. Het Cultureel Zelfportret maakt vanuit de praktijk zichtbaar wat je als school de leerlingen mee wil geven, maar ook hoe je daar als school aan gaat werken.

Elke school, ongeacht zijn visie, kan op elk moment binnen het traject gebruik gaan maken van het Cultureel Zelfportret. Het is geen stap in het traject van De CultuurLoper, maar een keuze die de school kan maken. Wij zien het volginstrument als een logisch vervolg op de uitvoering van de ambities die een school heeft geformuleerd en geconcretiseerd.

Breed inzetbaar: geschikt voor elke school, ongeacht onderwijsvisie of lesmethodes

Alle scholen, ongeacht onderwijsvisie of lesmethode, kunnen ermee werken. Het instrument biedt ruimte om er je eigen activiteiten en beoordelingscriteria in te voeren. Dat is een bewuste keuze van Kunstbalie. Wij zien het niet als onze taak om eindcriteria te formuleren, daarvoor ligt er al materiaal genoeg.

Laagdrempelig: een school kan zo groot of klein starten als ze zelf wil

Start het Cultureel Zelfportret met een of twee bovenbouw groepen, start met enkel het gebruik van de tijdlijn functie als zijnde een productportfolio en breid langzaam de functies uit, gebruik het intensief op één moment in het jaar tijdens de cultuurweek. Alles is mogelijk.

Gebruiksvriendelijk: tools nemen leerlingen bij de hand

Verschillende tools binnen het Cultureel Zelfportret helpen leerlingen hun leervraag te maken, een bericht te plaatsen, etcetera. De tool 'leervraag maken' slaat alle ingevulde informatie van de leerling stap voor stap op in de tool, zodat de leraar mee kan kijken om de leerling advies te geven of aanpassingen te laten doen.

Ondersteunend: biedt leerkracht en leerling handvatten om te reflecteren

Het ui-model van Korthagen geeft de leraar inzicht in het type vragen dat hij of zij kan stellen tijdens een reflectiegesprek met zijn leerling. Voordat de leraar het gesprek voert met de leerling, volgt hij een aantal stappen ter observatie om te bepalen waarover hij in ieder geval met de leerling wil spreken. Het doel van het reflectiegesprek is steeds te achterhalen wat de onderliggende motivatie van gedrag en handelen kan zijn (wat zichtbaar is in portfolio en handelen tijdens de les). Daarbij rekening houdend met de leeftijd en de fase van culturele ontwikkeling waarin de leerling zich bevindt. De leerlingen reflecteren ook onderling en maken gebruik van dezelfde voorbereidingsstappen en eenzelfde handreiking voor het stellen van vragen. Zo oefenen de leerlingen het hele jaar in het voeren van een reflectiegesprek.

Veilig en persoonlijk: een afgesloten webomgeving met eigen inlog, tijdlijn en zelfportret.

Het Cultureel Zelfportret is een beveiligde webomgeving waar leerkrachten en leerlingen op kunnen inloggen. Elke leerling krijgt een eigen inlog en kan zelf bepalen wie zijn portfoliopagina wel en niet te zien krijgt. Alleen de leerkracht heeft toegang tot alles.

Overzichtelijk: een leerkrachtdeel met alle activiteiten en doelen per leerjaar

In zijn eigen, voor leerlingen afgeschermde deel kan de leerkracht het activiteitenprogramma met bijbehorende leerdoelen voor een heel schooljaar zetten. Bovendien bevat dit deel een uitwerking van de gedragsindicatoren naar leeftijd/leerjaar in de vorm van vier doorkijkjes in de culturele ontwikkeling: beschrijvingen van archetypische leerlingen van een bepaalde leeftijd. Bijvoorbeeld kleuter Pleun die al spelend en vol verwondering de wereld verkent of de 10-jarige Alex die van feiten houdt en veel nadenkt over zichzelf. De doorkijkjes in de culturele ontwikkeling– gebaseerd op de culturele ontwikkelingsfases zoals beschreven in Cultuur in de Spiegel, het leerplankader kunstzinnige oriëntatie van SLO en de culturele competenties – beschrijven de algemene en culturele ontwikkeling van een kind in die leeftijd en wat dat vraagt van de leerkracht. Zo weet een leerkracht wat hij redelijkerwijs kan verwachten en vragen van leerlingen en kan hij hun ontwikkeling beter stimuleren binnen de activiteiten die aangeboden worden.

Inzichtelijk: een leerkrachtdeel voor het maken van persoonlijke notities

De leerkracht heeft een eigen leerkrachtdeel waar hij bijvoorbeeld notities kan bijhouden en kan koppelen aan de aanleiding van die notitie binnen het Cultureel Zelfportret. Deze aantekeningen zijn voor niemand te zien.

 

Opbrengstgericht: toont prestaties van individuele leerlingen en van de groep als geheel

In het Cultureel Zelfportret is ruimte voor inbreng vanuit de leerkracht en inbreng vanuit de leerling. Het Cultureel Zelfportret gaat er vanuit dat behalve het vastleggen van activiteiten ook ruimte moet zijn voor gesprek om uiteindelijk te komen tot een beeld van de groei van de individuele leerling. Die groei wordt in het Cultureel Zelfportret kwalitatief gemeten in de vorm van reflectiegesprekken en het door de leerling vastleggen van de uitkomsten daarvan in een concreet portret.

Daaronder liggen twee belangrijke inhoudelijke modellen: het werken met competenties cultuureducatie en het zogenaamde ‘ui-model’ van Korthagen. De culturele competenties en bijbehorende gedragsindicatoren vormen de onderlegger voor de keuzes die de school en de leerkracht gemaakt hebben t.a.v. het cultuurbeleid op school. Dit heeft zich via de stappen van De CultuurLoper vertaald in een activiteitenprogramma. De leerkracht voert voor de leerlingen van zijn klas een aantal van deze voorgenomen activiteiten in het Cultureel Zelfportret van de leerling in. Hij kan de leerling op weg helpen met bijvoorbeeld het stellen van een vraag. Daarbij wordt de leerkracht ondersteund door een uitwerking naar leerlingniveau per competentie en gedragsindicator (“Waar is mijn leerling op dit moment mogelijk aan toe in zijn culturele ontwikkeling?”) en een algemene beschrijving van de culturele ontwikkeling van de leerling naar leeftijd.

In de afsluiting van het reflectiegesprek (in ieder geval eens per jaar, in combinatie met een introductie- of uitgangspuntengesprek aan het begin van het jaar) leggen leerkracht en leerling een aantal punten vast die benoemd zijn in het gesprek. Aan het begin van het jaar wordt de ‘nulmeting’ gevormd door het portret dat de leerling van zichzelf maakt (beeldend, in taal, met muziek, welke vorm past bij de leerling). Deze wordt in het zelfportret ingevoegd. Per periode (door de leerkracht bepaald) formuleert de leerling een leervraag die gekoppeld wordt aan een van de Culturele Competenties. De reflectiegesprekken tussen leerlingen onderling, en in het ideale geval ook nog met de leerkracht, zijn daarbij de eerste leidraad om de stappen van het KNOW-model te volgen.

Aan het einde van het jaar heeft de leerkracht met dit overzicht aan leervragen en reflecties van de leerling een eindgesprek. De uitkomsten daarvan worden opnieuw verbeeld in een portret van de leerling. In het portret aan het begin van het jaar en dat aan het einde van het jaar wordt de culturele ontwikkeling van de leerling zichtbaar gemaakt. De leerkracht hanteert in zijn beschrijving voor rapport of verslag de leervragen (en dus de culturele competenties) als basis voor het beantwoorden van de vraag “Wat is de waarde van wat ik zie en hoor voor dit kind?”. De groei wordt dus kwalitatief omschreven (en in het ideale geval door leerling en leerkracht ‘ondertekend’) vanuit de leervragen van de leerling en naast het portret van de leerling gelegd.

Lees meer